HV · 3 Fase FlexVolt One HV 8K / 10K / 12K EPS / Back-up

FlexVolt One HV – Installatiechecklist

Volledige stap-voor-stap checklist voor gecertificeerde installatie van FlexVolt One HV systemen. Alleen te gebruiken door bevoegd elektrotechnisch personeel.

⚠ Veiligheidswaarschuwing Alleen gekwalificeerd elektrotechnisch personeel met kennis van lokale normen mag dit systeem installeren. Schakel alle inkomende voedingsbronnen (PV, net, batterij) uit en wacht minimaal 5 minuten ontlaadtijd.

0. EPS / Back-up – kernpunten

Controleer vóór aanvang of een compatibel batterijpakket is aangesloten — zonder batterij is er geen EPS-functie.
  • Controleer dat een aparte back-up/EPS-verdeelinrichting is voorzien, gescheiden van de normale groepenkast (conform Home Wiring Diagram).
  • Dimensioneer de som van de EPS-belastingen ≤ nominaal uitgangs schijnbaar vermogen van de back-upuitgang:
    ModelNominaalMaximum
    FlexVolt One HV 8k8.000 VA8.800 VA
    FlexVolt One HV 10k10.000 VA11.000 VA
    FlexVolt One HV 12k12.000 VA13.200 VA
  • Controleer inschakelstromen van niet-lineaire belastingen zodat deze binnen de EPS-capaciteit blijven.
  • Installeer overstroombeveiliging na EPS-uitgang conform handleiding (bijv. 400V AC, 32A AC als richtwaarde).
  • Bevestig via test dat bij het openen van de netschakelaar alleen de back-up/EPS-belastingen actief blijven en dat er geen terugvoeding naar het openbare net plaatsvindt.

1. Vooraf – conform User Manual

  • Lees de volledige "FlexVolt One HV Handleiding – Residentieel Energieopslagsysteem Hoogspanning".
  • Controleer of het omvormermodel (FlexAmp One 8K / 10K / 12K) overeenkomt met de opdracht.
  • Controleer de buitenverpakking op schade; bij schade niet uitpakken maar leverancier contacteren.
  • Controleer de inhoud: omvormer, batterijpakket, montagebeugels, PV-connectoren, AC-connectoren, CT's, Wi-Fi BLE-stick, documentatie.

2. Veiligheid & PBM

  • Alleen gekwalificeerd elektrotechnisch personeel met kennis van lokale normen installeert het systeem.
  • Gebruik geïsoleerd gereedschap, veiligheidsschoenen, -handschoenen, veiligheidsbril en stofmasker indien nodig.
  • Schakel alle inkomende voedingsbronnen (PV, net, batterij) uit en wacht minimaal 5 minuten ontlaadtijd.
  • Verwijder metalen sieraden bij werkzaamheden aan batterij en DC-zijde.

3. Locatie & opstelling

  • Controleer draagvermogen ondergrond (minimaal 4× systeemgewicht; raadpleeg specificatietabel).
  • Plaats binnen het toegestane temperatuur- en vochtigheidsbereik en met voldoende ventilatieruimte rondom de unit.
  • Installeer de unit verticaal; niet horizontaal, niet naar voren/achteren gekanteld, niet ondersteboven.
  • Vermijd direct zonlicht, regen, sneeuw en nabijheid van brandbare, explosieve of corrosieve stoffen.

4. Mechanische montage

  • Monteer de systeemvoet volgens de handleiding (boorgaten, pluggen, koppelwaarden).
  • Plaats en fixeer de batterijmodules verticaal op de voet met voorgeschreven M4-schroeven en koppels.
  • Monteer de wandvergrendelingsbeugel en batterij-zijafdekkingen conform instructies.
  • Monteer de omvormer bovenop de batterijstapel, verticaal, en borg met de opgegeven schroeven en momenten.

5. Aarding (PE)

  • Bereid een PE-kabel voor: 6 mm² / 10 AWG, massieve koperen draad.
  • Verbind de PE-kabel met de behuizing van de omvormer én een aparte PE-kabel op de AC-uitgang — beide zijn verplicht.
  • Zorg bij meerdere omvormers voor equipotentiale verbinding van alle aardingspunten.
  • Breng na aansluiting siliconen gel of verf aan op de aardingsaansluiting ter bescherming tegen corrosie.

6. AC – Net (GRID) & EPS bekabeling

  • Controleer nettype: driefasig 380/400/415V, 50–60 Hz, conform lokale netcodes.
  • Installeer overstroombeveiliging tussen omvormer en net (max. 60A AC).
  • Gebruik 10 AWG (ca. 6 mm²) meeraderige koperkabel voor GRID- en EPS-aansluitingen.
  • Strip draaduiteinden conform manual (bijv. 6 mm voor EPS/GRID, 12 mm voor adereindhulzen).
  • Krimp adereindhulzen en draai klemmen vast met 1,2 ± 0,1 Nm; wartelmoer 2,5 ± 0,5 Nm.
  • Sluit geen belastingen direct op de omvormer — altijd via geschikte verdeelinrichting/groepskast.
  • Zorg dat de som van aangesloten EPS-belastingen binnen het nominale uitgangsvermogen blijft.

7. DC / PV bekabeling

  • Gebruik PV-kabel 4 mm² / 12 AWG (of conform specificatie van omvormer en producthandleiding).
  • Sluit de PV-strings aan op de juiste MPPT-ingangen; controleer polariteit vóór aansluiting.
  • Gebruik de meegeleverde MC4-compatibele PV-connectoren — niet mengen met andere merken.
  • Controleer de maximale DC-ingangsspanning van het toegepaste model en zorg dat de string-spanning hieronder blijft.
  • Zorg voor een DC-onderbrekingsschakelaar of string combiner met beveiliging indien meerdere strings aanwezig zijn.
  • Label alle DC-kabels duidelijk (string nummer, polariteit) voor traceerbaarheid.

8. Batterijverbindingen

  • Sluit de HV-batterijkabel aan op de aangewezen aansluitingen onderaan de omvormer conform de handleiding.
  • Controleer dat alle batterijmodules correct zijn opgestapeld en dat de tussenverbindingen vast zijn gemonteerd.
  • Sluit de communicatiekabel (BMS–omvormer) aan op de juiste connector; controleer ferrule- of pin-type.
  • Schakel de batterijhoofdschakelaar pas in na voltooiing van alle andere aansluitingen.

9. Inbedrijfstelling

  1. Schakel netspanning in — de omvormer start de initialisatieprocedure.
  2. Schakel de batterijhoofdschakelaar in — het BMS koppelt de batterij aan de omvormer.
  3. Stel de omvormer in via het display of de app: regio, netcode, stroomlimieten.
  4. Configureer de CT-sensoren (stroomtransformatoren) voor net-import/exportmeting.
  5. Stel de bedrijfsmodus in (zelfconsumptie, piekscheren, dynamisch tarief).
  6. Stel de EPS/back-up modus in indien gewenst en test de back-upfunctie.
  7. Activeer de monitoring/app-koppeling (Wi-Fi BLE-stick, portal registratie).
  8. Verifieer data op het monitoringplatform: vermogen, SOC, netuitwisseling.

10. Overdracht aan klant

  • Leg alle serienummers, instellingen en netwerktoegangsgegevens vast in het opleverdossier.
  • Maak foto's van de installatie: meterkast, opstelling batterij, bekabelingsroutes.
  • Instrueer de klant over de bediening, app-gebruik en wat te doen bij een alarm.
  • Overhandig de handleiding en garantiedocumentatie.
  • Registreer het systeem in het Dysun Fleet Monitoring portaal.
✓ Installatie voltooid Na succesvolle overdracht is het systeem operationeel en zichtbaar in het Fleet Monitoring dashboard.